1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
12
13
14
15
16
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
      
De Prehistorie 1910  


Terug in de tijd, naar 1910. Art nouveau en Jugendstil veroverden straat en huishouden, kunststromingen volgden elkaar in sneltempo op. Het publiek wordt in klank en beeld ondergedompeld in 1910, de actualiteit, de kunst (symbolisme), architectuur en literatuur.  Maurice Maeterlinck fungeert als rode draad doorheen het programma, François Beukelare geeft commentaar op de actualiteit van 1910.

 

Programma

Weemoed •  Joseph Ryelandt (tekst: Guido Gezelle)

Prometheus •  Oscar Roels (tekst: J. Haller von Ziegesar)

Heures d’après-midi •  Michel Brusselmans (tekst: Emile Verhaeren)

Printemps •  Jules Toussaint-De Sutter (tekst: Alfred de Vigny)
 
Rigodon uit “Suite Ancienne” •  Prosper Van Eeckhaute

Dieu! Qu’il la fait bon regarder! Uit “Chansons de Charles d’Orléans” •  Claude Debussy (Tekst: Charles d’Orléans)

Weemoed •  Joseph Ryelandt (tekst: Guido Gezelle)

Claire de lune uit “Deux pièces pour piano” •  Joseph Jongen

Serre Chaude • Ernest Chausson (tekst: Maurice Maeterlinck)

Serre d’ennui • Ernest Chausson (tekst: Maurice Maeterlinck)

Selectie uit “Pelléas et Mélissande • Claude Debussy (tekst: Maurice Maeterlinck)

Stabat Mater • Franz Uyttenhove

Wierook • Lodewijk Mortelmans (tekst: Guido Gezelle)

Montagne • Paul Gilson (tekst: Paul Fort)

Trois beaux oiseaux du Paradis uit “Trois Chansons” • Maurice Ravel (tekst: Maurice Ravel)

O Mort, poussière d’étoiles • Gabriel Fauré (tekst: Charles van Lerberghe)

Weemoed •  Joseph Ryelandt (tekst: Guido Gezelle)





Solisten


 

Toelichting

De overgang van de negentiende naar de twintigste eeuw is in alle opzichten een historisch keerpunt. Het is de periode waarin het modernisme aanbreekt, een beweging die de ‘traditionele’ kunstvormen, cultuur, religie, de sociale organisatie en zelfs het dagelijkse leven als gedateerd ervaart. Aan de basis van deze ommekeer ligt de toenemende industrialisering die nieuwe sociale, politieke en economische omstandigheden met zich meebrengt.

 

Men wordt zich opnieuw bewust van zichzelf, stelt de zekerheden van het verleden in vraag en gaat zelfs radicaal andere denkwijzen ontwikkelen. Dit leidt automatisch tot vernieuwing, het experimenteren met vorm en het focussen op processen en materialen. Zo ook in het muzieklandschap, waar musici en componisten vaste waarden en conventionele praktijken (traditionele tonaliteit, melodie, instrumentatie en structuur) in twijfel trekken.

 

De Franse impressionisten (met Debussy als aanvoerder) geven het startsein voor deze muzikale kentering. Zij verkiezen vloeiende melodieën, vrije ritmes, toonkleur en sfeer boven de gevestigde vormstructuren uit de Duitse Romantiek. In een mum van tijd kent het impressionisme ook in de rest van Europa een aanzienlijke groep volgelingen.

 

Disclaimer - Privacy Statement