Naar de hoofdinhoud

toelichting: Daphnis et Chloé

Aan het begin van de 20e eeuw was Parijs de culturele place to be. De Franse hoofdstad vormde een bruisend smeltpunt van kunst, muziek en literatuur en trok kunstenaars aan uit heel Europa en ver daarbuiten. In 1909 reisde de Russische impresario Sergej Diaghilev naar de lichtstad om zijn Ballets Russes internationaal op de kaart te zetten. Niet veel eerder had de jonge choreograaf Michael Fokine hem een libretto aangereikt, gebaseerd op het Griekse liefdesverhaal van Daphnis et Chloé. Gewonnen voor het idee klopte Diaghilev aan bij Maurice Ravel (1875-1937) voor de muziek. Die aanvaardde vereerd de opdracht, al had hij geen traditioneel ballet voor ogen. Zelf omschreef hij het als een symphonie choréographique, waarin kleur, sfeer en verfijning primeerden. Het creatieproces verliep moeizaam, maar leverde uiteindelijk een van de mooiste orkestpartituren van de voorbije eeuw op.

Parijs stond in die periode niet alleen bekend als broedplaats van artistieke creatie en experiment. Ook de muziekopleiding aan het Conservatoire de Paris en enkele privéleraars genoten wereldfaam. Een van de invloedrijkste pedagogen onder hen was Nadia Boulanger (1887–1979). In haar appartement in de Rue Ballu onderwees ze meer dan 250 leerlingen, onder wie Leonard Bernstein, Philip Glass en Aaron Copland. En hoewel ze zich vanaf 1910 voornamelijk toelegde op het lesgeven en dirigeren, schreef ze enkele onderschatte werken, waaronder haar Fantaisie variée pour piano et orchestre.

Wat blijft er anno 2025 – twee Wereldoorlogen, verschillende maatschappelijke omwentelingen en geopolitieke crisissen later – nog over van het vooruitgangsideaal dat aan het begin van de 20e eeuw nog zo luid weerklonk? Die vraag ligt mee aan de basis van Annelies Van Parys’ EUtopia, een opdrachtwerk uit 2024 voor het European Union Youth Orchestra. Is er nog hoop voor de Europese idealen als broederschap en vrede, of blijven er van die droom slechts echo’s over?