Naar de hoofdinhoud

Radio Poupoule

toelichting

“Ecrire ce que bon me semble, au moment où j’en ai envie, telle est ma devise de compositeur.”

Francis Poulenc 

Radio Poupoule

In 1943 loste een vliegtuig duizenden kopieën van Liberté, een gedicht van Paul Éluard, over het bezette Frankrijk. Francis Poulenc componeerde hierop clandestien zijn cantate Figure humaine, een cantate voor a cappella dubbel gemengd koor en een krachtige ode aan de bevrijding. Op twee december 1946 bracht het koor van de openbare omroep NIR, voorloper van het Vlaams Radiokoor, de eerste uitvoering in het oorspronkelijke Frans na een eerdere Engelstalige première in Londen. De tachtigjarige verjaardag van dit evenement is het vertrekpunt van dit muzikale portret van de Franse componist Francis Poulenc, Poupoule voor de vrienden. 

De ontstaansgeschiedenis van het werk Figure humaine is gehuld onder een voile van door Poulenc bewust gecreëerde verwarring om het neer te zetten als product van hoogstpersoonlijke inspiratie, “une oeuvre jaillie du coeur”, een symbool voor artistiek verzet ten tijde van de Duitse bezetting. De kiem van het werk was in werkelijkheid een opdracht - of op zijn minst een suggestie - van Henri Screpel, klanktechnicus en directeur van Compagnie des Discophiles, om het gedicht Liberté op muziek te zetten en op te nemen. Poulenc voelde zich aanvankelijk bezwaard door de complexiteit van de taak, maar vond in een boekenwinkeltje in Lyon een Zwitserse editie van de gedichten, die hem door de hernieuwde tekstzetting inspireerden tot het componeren van een uitgebreidere cantate waarvan Liberté het hoogtepunt zou vormen. “C’est une oeuvre de circonstance”, besluit Poulenc zelf in één van de achttien gesprekken die hij in 1953 voert met musicoloog en muziekcriticus Claude Rostand, “mais pas une commande”. 

Diezelfde Rostand vraagt Poulenc waarom hij erop stond om een werk te schrijven voor gemengd a cappella koor, wat de uitvoering van het werk moeilijk maakt en de uitvoeringen ervan schaarser. De toevoeging van een orkestpartij, pareert Poulenc, had het werk allicht een stuk makkelijker gemaakt, maar het is niet door een hang naar complexiteit dat hij afzag van die beslissing. Figure humaine moest namelijk aanvoelen als een geloofsdaad, met als enige bemiddelaar de onbegeleide menselijke stem. De haast onmenselijk hoge eindnoot van het werk stuurt de luisteraar een oneindig uitgestrekte horizon in waarin de belofte van vrijheid via de woorden van Éluardals snippers naar beneden dwarrelt. Maar net als in Figure humaine, is Liberté slechts de culminatie van dit concert, het open einde van een exploratie van een oeuvre dat vele gezichten kende. 

"Le Poulenc Essentiel"

De Belgische première werd gedirigeerd door Paul Collaer, tevens directeur van de Vlaamse Muziekdienst van het NIR. Als brug tussen de culturele werelden van Parijs en Brussel gaf hij talloze componisten uit de Franse avant-garde voet aan wal op de Belgische podia. Ook voor de jonge Francis opende Collaer vele deuren. Er ontstond een jarenlange vriendschap en de componist verbleef zelfs regelmatig in Collaers thuisstad Mechelen. Geïnspireerd door de indrukwekkende klokken van de Sint-Romboutskathedraal componeerde Poulenc in 1934 zijn Nocturne nr. 3: ‘Les Cloches de Malines’.

Francis Poulenc was een man van grote contrasten, een januskop als het ware, en met diens goedkeuring poogde Claude Rostand om Poulenc samen te vatten in twee woorden: “le moine et le voyou” - de monnik en de schurk. Doorheen zijn leven en oeuvre zien we de klepel steeds heen en weer slaan tussen een aantal tegengestelden: zijn hervonden religiositeit, zijn homoseksualiteit, een nood om erkend te worden als “serieuze” contemporaine muzikale stem, en tegelijk een grote liefde voor de volkse (Franse) cultuur, de voor zich sprekende melodische lijn en wat we nu een camp esthetiek zouden noemen. Die rijkdom en diversiteit, de constante aantrekkingskracht tussen die tegenpolen, samengesmolten in een smaakvol venn diagram, maakt het oeuvre van de componist tot “Le Poulenc Essentiel”. 

Met Tenebrae factae sunt, één van de vier Motets pour un temps de pénitence voor gemengd a cappella koor, krijgen we een kort maar intens proevertje, als een hostie op de tong, van Poulencs onversneden sacrale stijl. Het motet is een gebed voor Stille Zaterdag en is de muzikale uiting van de katholieke religiositeit uit zijn jeugd die de componist na het fatale ongeluk van een vriend meer en meer opzocht. 

Met Le Bal masqué, een profane cantate voor bariton, blazersensemble, strijkers en percussie, zoeken we het contrast op met de meer uitgepuurde korale werken: “Le Bal masqué is voor mij een soort carnaval in Nogent,” zegt Poulenc, “met portretten van enkele monsters die ik in mijn jeugd aan de oevers van de Marne heb gezien.” Het werk kwam er in opdracht van de Vicomte en Vicomtesse van Noailles ter gelegenheid van een spectacle-soirée mondaine in hun huis in de Provence. De Vicomtesse was grote fan van de Bretoense dichter Max Jacob, dus de keuze voor de teksten was snel gemaakt. Het werk is gecreëerd om te vermaken, maar illustreert tegelijkertijd Poulencs uitgesproken affiniteit voor schrijvers uit zijn eigen tijd, die hij in zijn mélodies subliem tot leven laat komen. Verschillende absurdistische personages passeren de revue en de wendbare muziek onderlijnt de grillige sfeer van de tekst. Over Le Bal masqué zei Poulenc dat het werk hem altijd een goed humeur bezorgde: “het kan me niet schelen wat men ervan vindt” - al was dat misschien niet helemaal waar - “het belangrijkste is dat het me plezierde om het te componeren en ik geniet er ook vandaag nog van.” 

Om het in Poulenc’s eigen woorden te concluderen: “Ik ben ervan overtuigd dat men mijn muziek niet echt kent als men mijn Le Bal Masqué miskent. Het is honderd procent Poulenc. Als een vrouw uit Katchamka me schreef om te vragen uit welk hout ik gesneden was, zou ik haar mijn portret aan de piano door Cocteau, mijn portret door Berard, mijn Bal Masqué en de Motets pour un temps de Pénitence opsturen. Ik denk dat ze zich een heel exact idee zou kunnen vormen van Poulenc-Janus.” We hopen dat we met Radio Poupoule voor jullie eenzelfde soort portret, niet per post maar ten tonele, kunnen schetsen van het veelzijdige oeuvre van onze favoriete componist Francis Poulenc. 

Les Âmes Perdues 
augustus 2026