Een onbekende ‘vijfde evangelist’
Maar wie is deze onbekende vijfde evangelist? We weten dat Barthold H(e)inrich Brockes leefde van 1680 tot 1747. Hij groeide op in een welgesteld milieu en werd advocaat, na studies in onder meer Leiden. Gezegend met een talenknobbel vertoefde hij van tijd tot tijd in het buitenland ten behoeve van diplomatieke missies; vanaf 1720 was hij senator in Hamburg.
Brockes’ credo? Dichtkunst moest geen leeg woordenspel zijn, maar juist iets wat mensen ook tot lering kon dienen: ‘Zo schreef ik het eerste passie-oratorium dat naderhand werd vertaald in verscheidene talen. Ik liet het plechtig uitvoeren in mijn huis.’ En inderdaad: in 1712 publiceerde Brockes zijn Passie, met als titel Der für die Sünde der Welt gemarterte und sterbende Jesus. Het was Reinhard Keiser die als eerste deze tekst op muziek zette. De door Brockes genoemde uitvoering vond inderdaad plaats in zijn huis. Dat moet behoorlijk aan de maat zijn geweest: meer dan vijfhonderd mensen waren aanwezig.
Met deze uitvoering boden Brockes en Keiser de Hamburgers tijdens de Passietijd (waarin de Opera gesloten was), een ‘erlaubte Belustigung’, terwijl het tegelijkertijd ook leidde tot ‘Erbauung’. En ja, dit maakte grote indruk, de tekst werd in de eerstvolgende vijftien jaar maar liefst dertig maal herdrukt. Na de eerste uitvoering in 1712 had de auteur een jaar later al een revisie klaar. Deze tweede editie werd gevolgd door tal van verdere herzieningen en er verscheen zelfs een vertaling in het Zweeds.
Piëtisme
Niet alleen speelde Brockes’ Passion in op de meer theatrale behoeften van de Hamburgse bevolking (en verschafte het inkomsten aan in deze tijd werkloze operazangers), maar hij sloot met zijn passietekst ook aan bij het piëtisme. Niet zozeer de orthodoxie stond centraal; piëtisten richtten zich eerder op de persoonlijke verhouding van de gelovige met de Schrift.
Het was Philipp Jakob Spener (1635-1705) die in zijn Pia desideria (1675) de combinatie had gezocht tussen de Lutherse nadruk op de Bijbel en het centraal stellen van een persoonlijk christelijk leven. Natuurlijk was Spener niet de eerste die zulke ideeën propageerde, ook de Moderne Devotie van Geert Grote (1340-1384) stond al een persoonlijk, aan Christus gewijd religieus leven voor.
In de muziek ontstond zo het genre dat passie-oratorium wordt genoemd, als tegenhanger van de oratorium-passie. Ook al is de scheidslijn niet scherp te trekken, je kunt zeggen dat de oratorium-passie zich strikter hield aan de evangeliën, terwijl het passie-oratorium zich wat meer richtte op de emotionele reactie van de gelovige, theatraler kon zijn.
Verschillende verklankingen
Brockes was zonder meer goed ingevoerd in de muziekwereld. Hij kende Georg Friedrich Händel, onderhield contacten met Georg Philipp Telemann (Brockes lobbyde voor Telemanns aanstelling in Hamburg) en was dus ook bevriend met operacomponist Reinhard Keiser.
Tal van musici lieten zich inspireren door Brockes’ tekst. Onder hen vinden we Telemann, die zijn zetting van de Brockes-Passion al in 1716 had uitgevoerd in Frankfurt am Main. Johann Mattheson, Director Musices aan de Hamburgse Dom, programmeerde zijn eigen verklanking daar op Palmzondag 1718.
Onder al de andere componisten die de Brockes-Passion op muziek zetten vinden we Johann Friedrich Fasch (1722-23), Gottfried Heinrich Stölzel (1725), Johann Balthasar Christian Freislich, Jacob Schuback en Johann Caspar Bachofen (alle drie jaren vijftig).
Sollicitatie Händel in Hamburg?
Georg Friedrich Händel zette meer dan honderd teksten uit Brockes’ omvangrijke libretto op muziek. Zijn versie beleefde op 23 maart 1719 haar eerste uitvoering, in Hamburg. Hij benutte de dramatische mogelijkheden van Brockes’ tekst uitgebreid, bijvoorbeeld in aria’s van de Tochter Zion; haar woede-aria ‘Was Bärentatzen’ zou in een opera niet misstaan.
Dat Händel een Duits libretto gebruikte is overigens opmerkelijk, want hij zat toen in Engeland en had daar natuurlijk minder behoefte aan een Duitstalige passie. Over de precieze datering van de muziek bestaat onduidelijkheid: Johann Mattheson verhaalt hoe Händel vanuit Londen in 1716 een verklanking van Brockes tekst ‘in einer ungemein enggeschriebenen Partitur auf der Post hieher geschickt’. Was het een sollicitatie naar een Hamburgse post? Naar het Kantorat aldaar, in combinatie met de Direktion der Gänsemarkt-Oper? Zoiets suggereert Mattheson tenminste in zijn Grundlage einer Ehren=Pforte uit 1740.
Hoe het ook zij, het lijkt erop dat Mattheson de drijvende kracht was achter de toonzettingen van Brockes’ tekst. Door de enthousiaste ontvangst ervan werden de zettingen ervan een terugkerend fenomeen: in de jaren 1719, 1720, 1721 en 1723 organiseerde Mattheson zelfs een soort ‘Brockes-festival’ waarin hij de vertolkingen van Keiser, Telemann, hemzelf en dus Händel programmeerde op opeenvolgende dagen.
Reacties
Het grote aantal componisten dat zich aan Brockes’ tekst waagde toont zijn grote populariteit aan. Toch was niet iedereen even positief over de resultaten: ‘Het werk van Brockes is smakeloos en zinloos, het bulkt van overdreven of onwaardige beelden, het heeft echter een grote zinnelijke kracht die zich als een theatereffect opdringt en zo de luisteraar overweldigt’, oordeelde Händel-uitgever Friedrich Chrysander een eeuw na Händels zetting.
De negentiende-eeuwse Engelse musicoloog Richard Alexander Streatfeild vond de passie een van de minst bevredigende werken van Händel, omdat het de indruk wekt van iemand die werkt met ongemakkelijk materiaal. Veel later, in 1980, schrijft Winton Dean in de New Grove Dictionary of Music and Musicians dat Händels commentariërende aria’s bij tijd en wijle niet overtuigend zijn, ook al wordt de zetting van de dramatische episodes geprezen.
Volgens Dean komt Händel in dit werk het dichtst bij het uitdagen van Bach, maar trekt hij zich ‘weinig comfortabel’ terug. Anderzijds hergebruikte Händel zelf enkele muziekpassages in Esther, Deborah, Athalia en een versie van Acis and Galathea, terwijl Bach in 1747 een Passions-Pasticcio op de lessenaars zette met daarin zowel muziek uit een aan Reinhard Keiser toegeschreven Markus-Passion als ook zeven aria’s uit Händels Brockes-Passion.
Editie
Omdat geen handschrift van Händel overgeleverd is, moeten we ons verlaten op andere kopieën die nogal wat verschillen van elkaar - een kluif voor musicologen en musici. In 2008 verscheen in het kader van de Stuttgarter Händel-Ausgaben Urtext een editie die verzorgd werd door de Duitse musicoloog Andreas Traub. Deze gaat primair uit van de kopie die Johann Sebastian Bach maakte en vormt de basis voor het concert van vanmiddag.
De invloed die Händels Brockes-Passion op Bach uitoefende is overigens hoorbaar in de aria ‘Eilt, ihr angefochtnen Seelen’. Voor Bach vormde de manier waarop Händel de Gläubige Seele daarin de interjecties ‘Wohin’ laat zingen een dankbare inspiratiebron toen hij enkele jaren later dezelfde tekst in de Johannes-Passion zette.