In een subtiel spel van licht en schaduw vormt de poëzie van Shakespeare het kloppend hart van dit programma. Componisten van de 16de eeuw tot nu — van Thomas Tallis tot Eric Whitacre — laten hun licht schijnen op de schoonheid en de vergankelijkheid van het bestaan.
Net zoals Shakespeare met contrasten speelde, zo creëren de componisten in dit programma een gelaagde wereld van gefluisterd verlangen en emotionele kwetsbaarheid. Enkele iconische sonnetten en liedteksten vormen een rode draad op de broze grens tussen realiteit en illusie.
Die grens wordt meteen tastbaar dankzij het dromerige Sleep van Eric Whitacre. Meer dan vier eeuwen scheiden James MacMillan van Thomas Tallis, en toch klinken O Radiant Dawn en O Nata Lux in eenzelfde verstilde gloed. Judith Bingham herwerkt een van de pijlers van het 19de-eeuwse Engelse kathedraalrepertoire naar “iets als een liefdeslied", en dan klinkt Shakespeare zelf: in enkele sonnetten vol tederheid en tijdloosheid — Shall I compare thee to a summer’s day? — en in de magische muziek rond Ariel uit The Tempest. Met klassiekers als The Blue Bird van Stanford en Lux Aeterna van Elgar eindigt dit programma vol weemoed en romantiek.
Programma
Eric Whitacre
Sleep
James MacMillan
O Radiant Dawn
Thomas Tallis
O Nata Lux
Alfred Janson
Sonnet No. 76
Nils Lindberg
Shall I compare Thee To A Summer’s Day
Judith Bingham
The Darkness is No Darkness
Frank Martin
Songs of Ariel (selectie)
Orlando Gibbons
What is our life
Charles Stanford
The Blue Bird
Edward Elgar
My Love Dwelt in a Northern Land
Lux Aeterna